Historie

De initiatiefnemers kozen voor een verenigingnaam die het eigen karakter van Sint Pancras uitademt. Het middeleeuwse dorp Vronen, dat in het jaar 1297 werd verwoest, maar later Sint Pancras is geworden.

S.V. Vrone is een kenmerkende Pancrasser vereniging, waar het begrip gemeenschapszin nog bestaat. Een vereniging waar de leden bereid zijn om met elkaar "de schouders eronder te zetten". Door de inzet van het bestuur en de vele vrijwilligers heeft de S.V. Vrone de beschikking over een prachtig complex. Een complex middenin Sint Pancras.

De kaft ligt er finaal af, de bladzijden zijn vergeeld en zitten meer los dan vast - aan het eerste bestuursnotulenschrift van de s.v. Vrone is de tand des tijds niet ongemerkt voorbijgegaan. Lang geleden werden daarin de eerste aantekeningen gemaakt. "Donderdag 23 december 1920", luidt de eerste zin in het schrift, 'had in het eenige café van den Heer H. Gerritsen te St. Pancras een vergadering van eenige sportliefhebbers plaats om te geraken tot oprichting eener voetbalvereeniging.'


VRONE - VETERANEN en EERSTE ELFTAL 1921
VETERANEN – Boven: v.l.n.r. J. Wit, G. Bobeldijk, J. Petri, H. Niessing, J. Kloosterboer A. Hoogland, J. Kloosterboer, A. Wit, T. Koelemey, J. de Vries, J. Boskamp en W. Ruys, scheidsrechter.
1e ELFTAL: 2e rij: T Bobeldijk, D. Kloosterboer, T. Kooy, M. Smit, G. Ploeger, J. Wit, M. Kloosterboer, C. Boskamp. Vooraan: D. Kloosterboer, R. Koelemey en D. Gerritsen Az.

Het initiatief tot de de vergadering was genomen door Jo Petri, in notulen van later datum 'de stootaangevende oprichter van Vrone' genoemd. Een andere voortrekker was Arie Hoogland - zijn onstuitbare enthousiasme voor de voetbalsport bezorgde hem de bijnaam 'Voetbal Arie'. Derde grondlegger was Jan van Kampen; hij baande in de gemeenteraad de weg voor georganiseerde voetbalsport in Sint Pancras en was de naamgever van de club: 'Voetbalvereeniging 'Vrone".

Die naam zou afgekort tot 'V.V.V.' op de eerste - witte - voetbalshirts gaan prijken.Petri, Hoogland en Van Kampen, de drie animators, werden geen lid van de vereniging maar 'begunstiger'. Dat plaatste de aanwezigen op de oprichtinsvergadering meteen voor een probleem: mochten zij, als niet-leden, in het bestuur? De leden besloten dat de bestuurders uit hun midden moesten komen, een pleidooi van Arie Hoogland om de initiatiefnemers ook te mogen kandideren ten spijt. Een voorlopig bestuur werd gevormd, bestaande uit voorzitter W. Ruys, secretaris D. Gerritsen, penningmeester Jac. Wit en de leden T. Kooy en R. Koelemeij. Toen niet lang daarna een definitief bestuur werd gekozen, trad Petri alsnog toe, als voorzitter. Een halve eeuw later stond Ruys de aanleiding tot zijn aftreden nog helder voor de geest. Bij onderlinge partijtjes trad hij als scheidsrechter op, maar dat viel niet mee, als twintiger tussen jongens die niet zo bar veel ouder waren. Een wedstrijd liep uit de hand, en praeses Ruys raakte slaags met eerste elftalspeler Gert Ploeger. 'Dat ging vanzelf niet', schreef Ruys in 1970 in het jubileumboekje. 'Ik heb toen bedankt en Jo Petri nam mijn baantje over.'


Aspiranten 1934
Staand v.l.n.r.: P. Wijdenes, C. de Koning, N. Wiedijk, D. Ruys, K. Roos, S. Zeegers, A. Groot, K. Termaat
Knielend: D. Volger, G. Goesinne, K. van Bodegraven, A. Wognum, W. Ruys, M. Schuit

Het benodigde kapitaal voor veldhuur, bal, pomp, scheidsrechtersfluit en tenue werd binnengehaald door renteloze aandelen van vijf gulden te verkopen. Eerste speelveld werd een weilandje aan de Benedenweg, dat Kees Vader van de gemeente huurde. Vader voelde er aanvankelijk maar bitter weinig voor zijn huurland aan een stelletje beginnende voetballers over te doen. En dat ze als speeldag de zondag hadden gekozen, was helemaal tegen het zere been. Maar na veel heen-en-weer-gepraat ging de bal toch rollen, daar aan de Benedenweg, nu het perceel met nummer [ ]. Lang konden de prille voetbalkunsten van Bobeldijken, Kloosterboeren, Smitten en Witten daar niet bewonderd worden. Het speelveld werd al gauw verplaatst naar de Achterweg, om in 192[ ] zijn definitieve locatie aan de Boeterslaan te krijgen. Het eerste tenue van de voetbalvereniging Vrone bestond uit een wit shirt en een blauwe broek, met pijpen tot net boven de knieen en een gulp met knopen. Na een of twee jaar kreeg het shirt een gele baan. Met ingang van 1924 ging Vrone in het groen-zwart spelen. Voor de periode van 1925 tot 1930 zijn de notulen redelijk informatief. Vrone had in die jaren drie elftallen, twee voor senioren, één voor 'adspiranten'. De elftallen werden samengesteld door een zogenaamde 'elftalcommissie'. De leden van die commissie hadden geen gemakkelijke taak: morrende tweede elftalspelers is een probleem van alle tijden! Op welk niveau werd geacteerd, is niet goed duidelijk. Notulen uit 1928 vermelden dat Vrone 1 in de '1e klasse' is ingedeeld, Vrone 2 in de '3e'. Als tegenstanders van Vrone worden genoemd: 'DTS', 'Schoorl I', 'West-Frisia 3', 'N. Niedorp I' en 'KVV'. Vrone 2 speelde onder meer tegen 'Bergen II' en 'Hollandia 4'. De wedstrijden werden aangekondigd in Het Groentje. Wat dit voor een blad is geweest - een plaatselijk krantje? het orgaan van de KNVB? -, wordt niet duidelijk. De kans lijkt gering dat daarvan afleveringen bewaard zijn gebleven. Het blad lag voor de leden ter inzage in het café "De Driesprong" van Hein Gerritsen, waar doorgaans ook de bestuurs-en ledenvergaderingen werden gehouden. In de periode van 1925 tot 1930 bestond het bestuur uit C. Kloosterboer, P. Bus, Jac. Wit, R. Koelemeij en P. Koning. Kloosterboer was voorzitter, Bus secretaris, Wit nog steeds penningmeester. In 1927 bedankten Wit en Koelemeij. Ze kregen in Klaas Snel en Arie Hoogland hun opvolgers. Snel werd penningmeester. Bestuursvergaderingen bezoeken loonde in ieder geval in letterlijke zin, want de leden kregen een presentiegeld van dertig cent. In deze periode ging er jaarlijks zo'n dertien- á veertienhonderd gulden binnen Vrone om. De vereniging kende een positief saldo. Aan de gemeente moest f 150.- terreinhuur worden betaald. De contributie bedroeg een dubbeltje per week. Aanvankelijk was een betalingsachterstand van zes weken toegestaan, later vier weken. Maar ja, wat doe je, als twee belangrijke eerste elftalspelers teveel contributieschuld hebben, dus geschorst moeten worden en er wacht een zware uitwedstrijd? Dan knijp je een oogje dicht... De notulen van 14 november 1928 maken melding van een protest van enkele eerste elftalspelers tegen het meespelen van twee man met een te grote contributieªachterstand in de uitwedstrijd tegen Nieuwe Niedorp 1. Voorzitter Kloosterboer kwam er maar eerlijk voor uit: het was gedaan 'om het elftal zoo sterk mogelijk maken'. Een gedeelte van de contributieopbrengst ging in de pot voor 'onderlinge verzekering'. Daaruit kregen spelers die door een blessure uit den werke raakten een uitkering, 'op Dokters advies (...) ten hoogsten f 12.- gedurende ten hoogsten zes weken'. In 1928 werd een verzekering afgesloten met een maatschappij, waarvoor een premie van f 2,50 per jaar moest worden betaald. De uitkering bleef f 12.- per week. Bedacht moet worden dat de Ziektewet in die dagen geen vetpot was.

Bestuur 1937
Staand v.l.n.r.: P. Peereboom, H. Stennenberg, C. Groen, J. Groen, K. Snel, R. van Bodegraven
Zittend: K. Roos, S. Zeegers, A. Hoogland, J. Boskamp

Jaarlijks hoogtepunt van de vereniging was 'de gezellige avond'. Tegen betaling waren niet-leden ook welkom. En ze kwamen. De notulen vermelden dat voor de feestavond van 1929 honderd personen verwacht - zet dat aftegen drie elftallen, vijf bestuursleden en een aantal speciale genodigden. De 'gezellige avond' bezorgde het bestuur ook jaarlijks dezelfde discussiepunten: mochten de adspiranten komen, zo ja, moesten die dan aan een aparte tafel zitten, moesten de leden alles betalen, hoe hoog werd de entree gesteld en werd de bezoekers één of twee gebakjes aangeboden? De feestavond had behalve een 'innemend' ook een cultureel karakter. Leden werden aangespoord 'voordrachten' te houden (tegen betaling!), en vast onderdeel van de avond was 'het toneelstukje'. De titel van de opvoering uit 1926 maakt nieuwsgierig: "De Aardschok". Voor het schminken was een heuse grimeur beschikbaar, 'de heer Blok'. De muziek op de feestavond was in de vaste handen van G. Deutekom. Van de periode 1930 tot 1945 zijn zeer sporadisch notulen beschikbaar. Het notulenboek telt voor 1930 verslagen van drie vergaderingen, waarna er twee uit 1933 volgen, één uit 1935, één ongedateerde, waarna het verder gaat met de algemene ledenvergadering van 1942. Van de oorlogsjaren 1943, 1944 en 1945 zijn ook alleen de notulen van de ledenvergaderingen aanwezig.Het zal voor zich spreken dat de geschiedenis van Vrone in crisis- en oorlogstijd daarom moeilijk is te schrijven. Zoveel is duidelijk dat Arie Hoogland in 1930 secretaris werd. Drie jaar later werd C. van de Tak tweede secretaris. Voorzitter C. Kloosterboer overleed in 1935 en werd opgevolgd door Klaas Snel, tot dat moment penningmeester. Het bestuur werd toen aangevuld met Roel van Bodegraven. Uit de notulen van 1942 leren we dat Jan Kloosterboer dan de voorzittershamer hanteert. De notulen van 1944 vermelden het aftreden van C. Groen als penningmeester en secretaris. In die hoedanigheid werd hij opgevolgd door H. Stenneberg. Sinister genoeg droeg de oorlogstoestand in belangrijke mate bij aan een sportieve mijlpaal van Vrone: de promotie naar de vierde klasse KNVB van het eerste elftal. Het geval was dat Sint-Pancras, net als andere Noordhollandse gemeenten, evacués uit Den Helder telde. De marinestad was in de meidagen van 1940 door de Duitse luchtmacht gebombardeerd. Uit angst voor nieuwe aanvallen, van geallieerde zijde wel te verstaan, hadden heel wat inwoners de wijk genomen. Zo kwam de Nieuwedieper Janus Kuiper in Pancras terecht. Hij werd lid van Vrone en bleek behalve een getalenteerde speler ook een inspirerende trainer. In 1942 leidde Kuiper Vrone naar de vierde klasse, door een 4-1 overwinning op Schoorl 1.

Kampioenselftal 1942
Staand v.l.n.r.: J. Groen, H. Wiedijk, C. Hoogland, S. Zeegers, K. Groen Tz., J. Kuiper, K. Kliffen
Knielend: C. v.d. Tak, C. Groen Cz., D. de Koning, C. Groen wz. en N. Wiedijk

Voor wat de naoorlogse periode betreft zijn bestuursnotulen rijkelijk voor handen. Deze periode begint met een ledenvergadering, gehouden op 30 mei 1945, drieëneenhalve week na de bevrijding. Een schrijven van de KNVB zorgt voor enige verwarring. De Bond feliciteerde Vrone daarin met zijn 25-jarig bestaan, 'op 21 Jan 1945'. Maar de oprichtingsdatum was toch 23 december 1920? De notulen werden er op nageslagen. De Bond zat fout. Het zilveren jubileumfeest vond op 20 december 1945 plaats. Hoogtepunten van de avond waren de KNVB-onderscheidingen voor Cor Groen Wzn en Henk Wiedijk, die beiden 25 jaar actief waren als voetballer, en de benoeming tot erelid van Arie Hoogland ('de motor van Vrone'). In 1946 fuseerde Vrone met de zaterdagvoetbalvereniging 'Zwaluwen', opgericht in 1934. Deze fusie en de in 1943 opgerichte handbalafdeling maakten verbetering en uitbreiding van de accommodatie noodzakelijk. In 1948 kreeg Vrone een tweede veld ter beschikking, een 'noodveld'. Anton Wit verhuurde van half september tot mei voor f 75.- een stuk weiland aan de vereniging. In oktober 1949 werd de huur voor vijf jaar verlengd, tegen een prijs van f 150.- per jaar. Het noodveld kreeg zodoende een meer permanente status 'men begon van 'B-veld' te spreken. Kleedkamers kwamen in 1949 tot stand. Voordien werd wel gebruik gemaakt van het 'wasch en kleedlokaal' van zaal Bouwstra. De KNVB was daar niet zo gelukkig mee: een voetbalvereniging hoorde haar kleedkamers bij het veld te hebben, niet in een cafá á. Onderdeel van de kleedkamers was een zogenaamde 'consumptietent', die aan het bestuurslid H. Forrer werd verpacht. Als uitbater verplichtte hij zich ook tot het schoonmaken van de kleedkamers en 'het verstrekken van gratis thee aan de spelers'. De huur bedroeg een tientje per jaar. Gelijk met de bouw van de kleedkamers werd het A-veld gerenoveerd en van een afrastering en beplanting voorzien. 'Hierdoor beschikken we thans', schreef secretaris J. Nierop in 1951 trots in zijn jaarverslag, 'over een accommodatie die vrijwel uniek is voor een dorpsvereniging uit de 4e klasse K.N.V.B.' Het bespelen van het B-veld bezorgde het bestuur de eerste jaren een heikel agendapunt: klachten van aanwonende J. Jonker, die geen ballen op zijn erf duldde. Hij wilde een hek, maar dat kon Vrone niet betalen. De burgemeester werd ingeschakeld, maar intussen bleven de ballen in Jonkers tuin neerdalen. 'Men besloot', aldus de notulen van 28 februari 1949, 'te zullen zorgdragen voor een volwassene in bedoelde tuin tijdens de wedstrijden. ' Dat hielp blijkbaar, want volgens de notulen van een half jaar later had Jonkers aversie tegen de SV plaatsgemaakt voor een 'lankmoedige houding'. Het bestuur bood hem als blijk van waardering een doos sigaren aan. Ook veldverhuurder Wit had klachten over ballen op zijn erf. De Vronianen moeten in die dagen over een fabelachtige traptechniek hebben beschikt, want mogen we de notulen geloven dan zeilden de ballen Wits schutting over, om vervolgens 'via de voorruit' koers te zetten richting keuken. Die ballen waren trouwens niet het enige punt van wrijving met de huurbaas. Zijn op de velden grazende schapen bezorgden de bestuursleden heel wat meer hoofdbrekens. De schapen hielden het gras lekker kort maar ook voor Wits kudde gold dat verandering van spijs deed eten: de aanplant rond het A-veld moest er ook aan geloven. Bovendien: wat er aan groenvoer inging kwam er in andere vorm en kleur ook weer uit, op het veld maar ook op het betonnen platje rondom de nieuwe kleedkamers. Wit moest er voor zorgen dat de keutels voor de wedstrijden van het veld waren, maar hoe hield je die schapen door de week bij de kleedkamers weg? Besloten werd 'zethekken' te plaatsen, maar voordat die er stonden - wie zou dat betalen? - zou er nog door menige Vroniaan aan schoen- of klompzool worden geschraapt. 'Een accommodatie die vrijwel uniek is voor een dorpsvereniging uit de 4e klasse K.N.V.B.', schreef Nierop trots in 1951. Een jaar later moest hij de degradatie uit die klasse memoreren. Vrone was samen met Watervogels op de laatste plaats geeindigd, zodat een beslissingswedstrijd noodzakelijk was. Het duel vond plaats op het DTS-terrein in Oudkarspel en eindigde in een gelijkspel. Op 25 mei 1952 vond in Breezand de replay plaats. Vrone dolf uiteindelijk het onderspit. Een gemiste penalty maakte de dramatiek nog groter. Na tien jaar moest Vrone terug naar de afdeling Noord-Holland. Het daaropvolgende seizoen bracht evenmin sportief succes. Het eerste belandde in de onderste regionen, het derde moest tijdens de competitie worden teruggetrokken en de zaterdagmiddagafdeling moest zelfs worden opgeheven. Over het laatste tekende tweede secretaris R.J. ('meester') Surink kribbig in zijn jaarverslag aan: 'Mede schuld aan deze betreurenswaardige ontwikkeling is de geringe activiteit die op sportgebied door degene die met enigerlei leiding belast zijn in de Protestants Christelijke sector van ons dorpsleven wordt ontwikkeld.' Bij die opmerking moet bedacht worden dat Surink in ijver moeilijk was te overtreffen. Hij belegde voor het eerste zondagelftal tactische avonden, typte en stencilde enige tijd het clubblad en organiseerde voor de adspiranten reizen naar Belgie en Parijs - die waren 'onherroepelijk alcoholvrij', verzekerde hij ongeruste ouders en bestuursleden. Voorts zag Surink wel been in een volleybal-afdeling ('daar dit ook een goede lichaamstraining is') en waren zijn jaarverslagen vermaard om hun uitvoerigheid.

In 1958 verhuisde Surink naar Amsterdam. Op de ledenvergadering van dat jaar werd hij tot erelid benoemd. C. Groen Czn opperde het in 1949 tijdens de ledenvergadering al: verlichting op het veld. Volgens voorzitter Piet Modder moest dat voorlopig een vrome wens blijven. Penningmeester Van Bodegraven had het eerder op de avond al gezegd: 'dat de financién gezond doch de nog beschikbare middelen niet groot zijn'. Dat bleef de eerstvolgende jaren zo. De kleedkamers en het gerenoveerde A-veld hakten flink in het budget, waarbij de vereniging zich met de zogenaamde 'paaltjesactie' fors in de vingers sneed. Men had gedacht de afrastering van het A-veld te kunnen terugverdienen door de paaltjes voor een rijksdaalder per stuk te verkopen. Dat viel tegen. Wits schapen vraten niet meer aan de beplanting, maar Vrone schoot een financiéle bok van formaat. Halverwege de jaren vijftig kon Vrone de broekriem wat vieren, vooral door de snel groeiende opbrengsten uit de voetbalpool. Secretaris D.G. Bobeldijk verzette volgens de notulen bergen werk voor de pool. Als dank kreeg hij in 1957 op de ledenvergadering een 'pick up kast' aangeboden. Het was Bobeldijk zelf die enkele maanden later voorstelde van de poolgelden twee lichtmasten op het A-veld te laten plaatsen, 'daar dit de training misschien stimuleert.' De slechte opkomst van de selectiespelers had trainer Dirk Klinkhamer al doen dreigen het bijltje er bij neer te gooien en zich volledig aan het trainen van de handbaldames te wijden. Bij nader inzien besloot het bestuur geen twee maar drie lichtmasten aan te schaffen. Ze werden op 27 november 1958 in gebruik genomen met een handbal en voetbalwedstrijd tussen Vrone en Kolping Boys. Met de lichtinstallatie beschikte Vrone over een voor die dagen uitzonderlijke faciliteit, die in de omgeving ook figuurlijk de aandacht trok. DTS kwam trainen onder het kunstlicht van Vrone, het selectie-elftal van de afdeling-Noord-Holland speelde wedstrijden, maar hoogtepunt vormde toch wel de komst van de betaalde voetballers van Volendam. Ze trainden niet alleen op het Vrone-terrein maar speelden er ook twee oefenwedstrijden, op 27 april 1961 tegen DWS, op 10 oktober 1962 tegen RFC. De veldverlichting had ook een schaduwzijde: overbelasting van het A-veld. DTS werd eind 1961 bericht dat de selectie 'wel mocht komen trainen maar niet op voetbalschoenen'. Van de Vrone-selectie lijkt het veld in deze jaren minder te lijden hebben gehad, want met de regelmaat van de klok prijkte de geringe trainingsanimo op de bestuursagenda. Het voornemen om in de kleedkamer van het eerste een douche te installeren, werd in januari 1960 op de lange baan geschoven - dat was het niet waard.

Het succesvolle veteranenelftal uit de zestiger jaren.
Staand v.l.n.r.: T. Pater, F. Koning, R. Kuut, C. Bal, J. Reyne en G. Bobeldijk
Knielend: J. Wiedijk, M. Schuit, D. Bobeldijk, C. Kooy en S. Zeegers
Verder droegen C. Druif, W. Roos, H. v.d. Broek en P. Kuilman tot de succesreeks bij.

De prestaties van het eerste leken aanvankelijk niet onder het slechte trainingsbezoek te lijden. Vrone 1 draaide in de top van de eerste klasse mee. Maar in het seizoen 1962-1963 liep het toch spraak. Het vlaggeschip kwam zelfs even in degradatiegevaar, en qua sportiviteit hield het volgens het jaarverslag ook niet over - 'twee gestaakte wedstrijden en een paar schorsingen, dat moet anders heren'. Het bestuur, toen voorgezeten door Klinkhamer, riep het eerste op het matje. De heren spelers werd een gebrekkige inzet en discipline verweten. Kwam daarin geen verandering, dan zouden 'strenge maatregelen' volgen. Trainer Hoebe kondigde aan de touwtjes strakker in handen te nemen. Hij stelde 'straffe training' in het vooruitzicht, 'niet alleen een partij'. Regende het, dan werd in zaal Kuilman getraind, 'zonder bal en op gymschoenen'. En voor zaterdagavond gold: 'geen bier en rokertje'. Maar het bleef tobben. Ook in het seizoen 1963-1964 was de trainingsopkomst slecht en de prestaties navenant - ternauwernood werd degradatie afgewend. Die douche kwam er uiteindelijk toch, zelfs meer dan dat. De kleedkameraccommodatie werd verbouwd, uitgebreid en voorzien van douches en een heuse bestuurskamer.

Haast cynisch was het dat de eerste vergadering in de nieuwe bestuurskamer, in juli 1964, ging over de opheffing van de handbal-afdeling. De prestaties waren tot het laatst toe voortreffelijk - er waren diverse kampioenschappen te vieren -, maar in het jaarverslag van 1961 moest toch ook gememoreerd worden, dat het dames-team door gebrek aan speelsters van promotie moest afzien. In 1963 zagen Klinkhamer en Annie Kloosterboer, de drijvende krachten achter de handbal, er geen gat meer in. Een aantal leden en ouders probeerden de afdeling nog nieuw leven in te blazen, maar tevergeefs. De opheffing was een jaar later onvermijdelijk.

Vanaf het seizoen 1948-1949 kent Vrone een cluborgaan. Eerste redacteur was H. Forrer ("Herfor"). Het blaadje werd gestencild bij Middelburg en kostte de leden vijf cent waarvan één cent naar de bezorger, penningmeester Van Bodegraven, ging. Uit de notulen blijkt dat het clubblad de nodige kinderziektes moest overwinnen. Eigenlijk werd over alles geklaagd, over de inhoud, de uitvoering en de bezorging. Toen Vrone medio 1949 wat krap bij kas zat, gingen er ook al snel stemmen op het blaadje maar af te schaffen. Zover kwam het niet. De abonneeprijs werd verhoogd tot zeven-en-een-halve cent, en men zou het nog een even aanzien.

Uit het feit dat in 1954 een dupliceermachine werd aangeschaft, mag afgeleid worden dat het Vrone-blaadje zich toen een definitieve status had verworven.

J. Kloosterboer was H. Forrer inmiddels als redacteur opgevolgd. In 1956 ging Surink het Vrone-Nieuws, zoals het blaadje officieel heette, redigeren. Na diens vertrek in 1958 nam Bram Kout de pen over. Toen Kout in 1961 in dienst moest, werd de redactie door Wim Groen waargenomen.  
 
Na jaren van sportieve mineur kon tweede secretaris C. Kloosterboer in zijn jaarverslag van het seizoen 1964-1965 gelukkig weer iets positiefs over Vrone 1 melden. Het elftal was comfortabel in de middenmoot van de eerste klasse geëindigd, en dat was lang geleden. De komst van de ambitieuze Van Raamsdonk als trainer lijkt daaraan niet vreemd te zijn geweest. Hij had er op de training de wind flink onder, hield voor elke wedstrijd een tactische bespreking en ging ook mee naar uitwedstrijden. Het bestuur was buitengewoon content met de nieuwe trainer, zij het penningmeester 'ome' Aris Bobeldijk wat minder want Van Raamsdonk wilde wel boter bij de vis. Hij vroeg veertig gulden per week dat was andere koffie dan Klinkhamer die voor een appel en een ei op het veld had gestaan. Maar toen Van Raamsdonk ook nog om een massagetafel vroeg, bleef de geldkist van 'ome' Aris op slot. Het kneden van dijen en kuiten moest maar op de bestuurstafel gebeuren. De betere resultaten van Vrone 1 vertaalden zich niet in frequenter trainingsbezoek. Trainer Van Raamsdonk stak zijn ergernis daarover niet onder stoelen of banken; op jaarvergaderingen aarzelde hij niet de slechte mentaliteit van selectiespelers aan de kaak te stellen. Daarmee gaf hij echter wel aanleiding tot kritische vragen over de zwaar op de begroting drukkende post 'salaris hoofdtrainer'. Vooralsnog leken de goede resultaten in de competitie Van Raamsdonk's aanstelling te rechtvaardigen; in het seizoen 1967 - 1968 eindigde Vrone 1 zelfs op de tweede plaats. Blijkbaar trokken de heren spelers daaruit de conclusie dat ze nog minder konden trainen, want tijdens het seizoen was de trainingsanimo om te huilen, als we de notulen tenminste mogen geloven. De criticasters van een betaalde trainer kregen weer de overhand: vier tientjes per week voor '2 rondjes lopen, wat op doel hengsten en een partijtje' was veuls te veul.

En zo kwam het dat aan het begin van het seizoen 1969 - 1970 Dirk Klinkhamer weer voor de selectiegroep stond. Tijdens trainingen en wedstrijden hoefde hem weinig te ontgaan, want bij zijn afscheid als voorzitter in 1967 was hij door de SV Vrone verblijd met een verrekijker, 'met tas'. De come back van 'Klink' kon het tij echter niet keren. Op de trainingsavonden kwam hij zelden ogen tekort, en 's zondags tijdens de wedstrijd moeten er regelmatig momenten zijn geweest dat hij ze wilde dichtdoen. Aan de Boeterslaan werd het degradatiespook weer regelmatig waargenomen.
Vrone Z1 1973
Staand v.l.n.r.: T. Vader, G. Wagenaar, J. de Wit, J. Kooy, M. van der Linden, T. Koorn, M. Brandsma
Hurkend: F. Sijswerda, H. Haytema, H. Engel, W. Boekel

De SV Vrone kende inmiddels weer een zaterdag-afdeling. Met ingang van het seizoen 1967 - 1968, veertien jaar na de roemloze opheffing, kwam 's zaterdags weer een seniorenelftal in de wei. Surink had zich indertijd beklaagd over de geringe steun aan het zaterdagvoetbal vanuit de leidende protestants-christelijke kringen in het dorp. Ironisch genoeg was het de gereformeerde predikant ds. Peter Kooy die in 1967 de aanzet tot de heroprichting van de zaterdag-afdeling gaf. Voor een benefietwedstrijd ten gunste van het bouwfonds van de gereformeerde kerk stelde hij uit zijn gemeenteleden een elftal samen, dat op bevrijdingsdag tegen een team van oud-Vrone-spelers voetbalde. De toen ook al met Maartje én Vrone getrouwde Piet Smit sloeg dat gade, stapte op Gerard Kloosterboer af en ... opperde het plan weer een zaterdagmiddag-afdeling op te richten. Luttele weken later was de heroprichting een feit - welk een stichtelijke invloed alleen van de bouw van een kerk kan uitgaan. Die invloed lijkt zelfs tot in de bestuurskamer te hebben gereikt. In notulen uit deze periode heetten de spelers van Vrone 1 opeens 'discipelen'; Van Raamsdonk moest ze volgens het bestuur beter onderrichten, want het kwam herhaaldelijk voor dat trainingen niet met hetzelfde aantal ballen eindigden als ze begonnen. Reeds een jaar na de heroprichting van de zaterdag-afdeling waren er genoeg spelers om een tweede elftal te formeren. In 1971 kon een derde elftal voor de competitie worden ingeschreven. In datzelfde jaar promoveerde Z1 naar de eerste klasse afdeling, waarin het een moeilijk debuutseizoen doormaakte. Het vege lijf werd uiteindelijk gered in een beslissingswedstrijd tegen Alcmaria Victrix. Het verblijf in de eerste klasse duurde uiteindelijk vier jaar; in 1975 was men weer terug bij af, in de tweede klasse. Onder leiding van Rob Schutz, aanvankelijk functionerend als heuse 'adviseur'van pro deo coach Van der Linden, werd vervolgens een solide basis gelegd voor terugkeer naar de eerste klasse. De promotie werd in 1978 bewerkstelligd - Jaap Kunst zwaaide toen de scepter. Twee jaar later werd onder aanvoering van Hein Roselaar zelfs de KNVB bereikt. Na bijna dertig jaar had de SV Vrone weer een vierde klasser.

Vrone 1 1974.
Hurkend: T. van der Meij, K. Horsseling, R. Groenenboom, K. Groenenboom, K. Krommenhoek, A. Mansoer   
Staand v.l.n.r.: D.G. Bobeldijk, P. Smit, H. Groen, E. van Wonderen, P. Schuit, C. Elfring, J. Jansen, J. Steltenpool, R. Deinum.

Hoe anders is het beeld van het eerste zondagelftal gedurende de zeventiger jaren: geen promoties, geen degradaties. Vrone 1 was eerste klasser en bleef dat, al kwam de rode lantaarn regelmatig in zicht. Dat toen jaar in jaar uit tegen degradatie moest worden geknokt, zoals wel eens wordt beweerd, is echter overdreven. In 1974 eindigde Vrone 1, toen getraind door Henk Tijm, als derde. Het jaar daarop - Rein Deinum was Tijm opgevolgd werd zelfs een tweede plaats behaald. De seizoenen 1976 - 1977 en 1977 - 1978 leverden respectievelijk een vierde en vijfde plaats op.

Seizoen 1978-1979 bracht minder succes; bij het ingaan van de winterstop stond Vrone 1 stijf onderaan. Dat bleef voorlopig zo, want in januari kreeg koning Winter Nederland stevig in zijn greep. De competitie lag maanden stil, trainen was bijna onmogelijk. Trainer Aad de Jong kwam met een ambitieus plan: een trainingskamp op Mallorca - een unicum voor een afdelingsclub, voor De Telegraaf reden een verslaggever op pad te sturen. Vrone werd landelijk nieuws. De inspanningen op het Spaanse eiland, van welke aard dan ook, bleven niet zonder resultaat. Nadat sneeuw en ijs van de velden waren weggedooid, werd geen wedstrijd meer verloren. Aan het einde van de competitie stond Vrone 1 op een keurige zesde plaats.

In bestuurlijk opzicht stonden de jaren zeventig voor Vrone in het teken van de uitbreiding van de accommodatie. In 1970 kon - eindelijk - het derde speelveld in gebruik worden genomen. Tevens werden in dat jaar nieuwe stalen lichtmasten geplaatst. Dat was hard nodig, want anderhalf jaar eerder was een van de oude - houten - masten tijdens een vliegende najaarsstorm voor de vlakte gegaan. In 1971 ging een andere lang gekoesterde wens in vervulling: een kantine. De bouw werd volledig gerealiseerd door zelfwerkzaamheid, in een tijdsbestek van niet meer dan drie maanden. Als het gezegde 'iets uit de grond stampen' ooit van toepassing is geweest, dan hier wel. En het resultaat mocht er zijn. 'Het is een sprookje', zei 'ome' Aris Bobeldijk - inmiddels erelid ª toen hij de kantine binnenstapte. Dat 'sprookje' was later ook op het witte doek te bewonderen. Van de bouw van de kantine was namelijk een film gemaakt. Op 17 november 1971 was het zover: na afloop van de ledenvergadering zou de rolprent worden vertoond. Na de laatste hamerslag van voorzitter Maarten Schuit werden projector en scherm in stelling gebracht. De ruggen werd gerecht, de lichten gingen uit, en ... de aanwezigen vielen midden in een film van Zweedse makelij die zeker in letterlijke zin niet al te veel om het lijf had. Er volgde een oorverdovende stilte, die uiteindelijk werd verbroken door het bulderende gelach van praeses Schuit. 'De slotfilm', tekende tweede secretaris Bram Kout droogjes in zijn notulen van de vergadering op, 'heeft een enkeling een slapeloze nacht bezorgd. De film lijkt op Kout zelf ook een verpletterende indruk te hebben gemaakt; twee jaar na dato lukte het hem nog steeds niet de kantine los te denken van wat een gezonde man in de kracht van zijn leven zoal schijnt bezig te houden. Wat was het geval? In de kantine stond een voetbalspel, en dat spel ergerde menige Vroniaan. Het vertoonde voortdurend mankementen en maakte nog een rotherrie ook. Toen verwijdering van de rammelkast in het bestuur ter sprake kwam, ondernam Kout een laatste wanhoopspoging het apparaat van een roemloos einde op de schroothoop te redden. Hij wist te vertellen dat een bekende Amsterdamse psychiater het voetbalspel heilzame kwaliteiten toedichtte; de zielekneder zag het als 'een vorm van seksuele bevrediging'. Het kon de andere bestuursleden niet overtuigen: de rammelkast ging er uit. 'Bij ons is die bevrediging dus geen haalbare kaart', notuleerde Kout gelaten. 'We zoeken die derhalve elders, met minder lawaai, minder defecten, maar met waarschijnlijk wel evenveel weigeringen.

De kantine bezorgde het bestuur ook problemen van meer serieuze aard. Bij de opening had voorzitter Schuit er 'met klem' op gewezen dat de kantine als clubgebouw dient te worden gezien en niet als concurrentieobject t.a.v. "Het Wapen van Vrone". Maar niet iedereen zag het onderscheid tussen clubhuis en café zo duidelijk. Aan de bestuurstafel moesten de hoofden al gauw worden gebroken over 'doorzakkers' en het negeren van sluitingstijden; 'bovendien', aldus de notulen van 29 mei 1972, 'gaat er teveel gratis over de toog'. Voor korte periode werd voor de zondagmiddag zelfs een 'bierstop' ingevoerd, 'van 13.00 uur tot het laatste fluitsignaal van de laatste middagwedstrijd'. In welk tempo de 'mannelijke glazen' ná dat signaal over de toog gingen, vermelden de notulen niet. De gestage ledengroei maakte dat in 1972, slechts twee jaar nadat het C-veld in gebruik was genomen, een schrijven naar de gemeente uitging waarin de noodzaak van een vierde spelveld werd bepleit. De blikken werden begerig gericht naar het aanpalende ijsclubterrein - dat zou ook ruimte kunnen bieden voor een trainingsveld. Jaren van touwtrekken volgden - jaren waarin het bestuur, vanaf 1974 onder leiding van Toon van der Meij, ook plannen ontwikkelde voor een nieuwe kleedkameraccommodatie. Moest de ijsbaan naar de Westbeverkoog worden verplaatst? Of zou Vrone de dorpskern verlaten? De gemoederen liepen af en toe hoog op. Uiteindelijk verhuisde de ijsbaan naar de Oostwal.

Vrone bleef gevestigd aan de Boeterslaan, waar inmiddels een overdekte zittribune was verrezen, in augustus 1975 geopend door burgemeester Kroonenburg. De tribune was overgenomen van AZ'67. Aan het begin van het seizoen 1982 - 1983 konden het vierde speelveld, het trainingsveld en de kleedkameraccommodatie in gebruik worden genomen. Die kroon kon het bestuur "Van der Meij" niet op zijn werk zetten. Een jaar eerder, nota bene tijdens het jubileumseizoen 1980 - 1981, was het bestuur na het nodige rumoer bijna collectief afgetreden. De notulen uit die periode doorlezend, dringt zich de indruk op dat door de jarenlange strijd om uitbreiding van de accommodatie de rek eruit was. Om een van de gevleugelde uitspraken van oud-praeses Schuit aan te halen: de problemen hoopten zich op 'as kroos in de wik'. Na een maandenlange impasse trad in juni 1981 een nieuw bestuur aan. De nood was hoog aan de man geraakt want de nieuwe voorzitter, Jo Bijpost, moest eerst lid gemaakt worden. Terug naar waar het toch allemaal om ging: het voetballen. Voor Z1 brak een periode van pieken en dalen aan. In 1982 moest het KNVB-schap worden prijsgegeven. Er trad een nieuwe lichting jeugdige spelers aan, en na twee seizoenen was Z1 onder trainer Jaap Kunst terug in de vierde klasse. Na een moeizaam debuutjaar, waarin voor lijfsbehoud een zinderende beslissingswedstrijd tegen Purmerend nodig was, bracht het tweede jaar meer succes. Onder leiding van Theo Suurhoff deed Z1 tot na de winterstop de top mee, om tenslotte op een vierde plaats te eindigen. Het seizoen werd in stijl afgesloten met een geruchtmakende reis naar Bremen, georganiseerd door de overleden Jan Pompert en zijn vrouw Hilda. Legendarisch is geworden het gezegde van de als 'supporter' meegereisde Jan Madderom: 'Zwanzig Bieren, gleich neue'. "Smet" op de trip naar de Westduitse havenstad was een niet nader te noemen speler, die het in zijn hoofd haalde de zich altijd voorbeeldig gedragende Jan Postma met beddengoed en al buiten de deur te zetten. Jan smeekte zijn sponde weer te mogen betrekken, maar de onverlaat hield zich doof. Voor het daarop volgende seizoen waren de verwachtingen bij Z1 hoog gespannen. De start was voortvarend, maar vervolgens zakte het elftal naar de onderste regionen weg - en dat was geen gevolg van gebrek aan kwaliteit. Een jaar later, in 1988, volgde degradatie naar de afdeling. Wat betreft het KNVB-schap van Z1 mag zeker niet onvermeld blijven dat linkerspits Pieter Snijder drie jaar achtereen KNVB-topscorer van de regio-Alkmaar werd. Z1 moest in 1990 opnieuw een stap terug doen. Maar meteen het jaar daarop werd onder de bezielende leiding van coach Marcel Nieuwland het kampioenschap van de tweede klasse behaald. Er volgden drie seizoenen in de hoogste afdelingsklasse, waarna in 1994 opnieuw degradatie volgde. 'Vrone 1 was eersteklasser en bleef dat', zo werd het wedervaren van het eerste zondagelftal in de jaren zeventig gekarakteriseerd. Hoe anders verliepen de volgende jaren. In 1986 was het treurnis alom, want na ruim dertig jaar degradeerde Vrone 1 uit de eerste klasse. En drie jaar later belandden de zondagvoetballers zelfs in de kelder van het amateurvoetbal. In 1990 leek de weg omhoog weer te zijn gevonden. Met Koert de Grootte aan het roer werd via de nacompetitie promotie naar de tweede klasse afgedwongen. Langs dezelfde weg werd [twee jaar] later, met Sjaak de Graaff als hoofdtrainer, de eerste klasse weer bereikt. Het verblijf daarin was echter van korte duur. Door twee opeenvolgende degradaties duikelde Vrone 1 weer naar de derde klasse, een niveau waarin men qua spelerspotentieel zeker niet thuishoorde. Dat bleek gelukkig snel, want onder het bewind van Rob Silva werd in mei 1995 de titel behaald -het eerste kampioenschap na 53 jaar! Toendertijd, in 1942, werd promotie naar de vierde klasse KNVB afgedwongen.

Het kampioenselftal van 1995, dat na 53 jaar weer een titel in de wacht sleepte!

Na de millenniumwisseling verging het Vrone sportief nog beter. In de nieuwe klasse-indeling van de KNVB promoveerde zondag 1 in enkele jaren tijd van de achtste naar de derde klasse, trainer Ron Weinbrecher stond bij meerdere van deze kampioenschappen aan het roer. Anno 2014 heeft Vrone zich stevig gesettled in deze derde klasse KNVB.